donderdag 4 maart 2010

Reactie n.a.v. Clinamen februari 2010


Ha mensen,

Dank Arnold, voor het toesturen van het mooie boekje met lieve herinneringen. Vind het bijzonder dat je ons zo meeneemt in jouw proces van gedachten en gevoelens.

De quotes en bespiegelingen die Marc toestuurde, leidden mij tot een aantal notities.

zin-tuig (wat zou daar de oorsprong van zijn?) Ik werk veel met het model met de lagen willen – voelen – denken. Vanuit onze willen-laag (waar ik ook ons onbewuste / onbewust weten plaats) komen impulsen in onze gevoels-laag. Die gevoels-laag heeft als instrumenten de 12 zintuigen (waarvan 6 de meeste mensen wel bekend zijn). Via de gevoels-laag komen deze impulsen naar onze denk-laag, ons bewuste, waar de impulsen als (gevoels-)impulsen (ook wel: waar-nemingen genoemd) geïnterpreteerd kunnen worden (tot beelden, woorden, gedachten, ideëen). Wat wij ‘kennis’ noemen zijn interpretaties en constructies van onze waarnemingen. Dit model (deels door mijzelf geconstrueerd) levert mijzelf een bruikbaar ‘ding’ op waarmee ikzelf kan begrijpen wat er in mijzelf en vanuit de buitenwereld op mij inwerkend, gebeurt. Mijn gevoels-laag en de daaraan verbonden sensoren beschouw ik als de ‘carriers’, voertuigen, van impulsen naar mijn denk-laag opdat ik kan interpreteren, betekenis kan geven, of, en dan ben ik rond, zin aan wat tot mij komt en de dingen om mij heen.

"Innovatie is een ontdekking of uitvinding die toegepast wordt en dan leidt tot een paradigmashift" (Teun) Die opmerking noteerde ik ook, maar net anders. Ik noteerde dat een uitvinding pas een innovatie is, eerst nadat een uitvinding een praktische toepassing heeft gevonden.

"In de zorg vragen we aan het begin: wilt u dat ik u help? Daarna wordt de vraag niet meer gesteld, ook niet als nieuwe ontwikkelingen daar eigenlijk weer om vragen" (Marcel)
Later bleek deze dynamiek ook herkenbaar bij adviesprocessen.
En soms wordt die vraag ook niet aan “het begin” gesteld, maar wordt hulp geboden zonder dat er dan of ooit om gevraagd wordt. Jeugdhulp is hier een ‘mooi’ voorbeeld. Menig activiteit van NGO’s in het buitenland is daar een internationaal voorbeeld van.

Ik miste vrijdag de twijfel en nieuwsgierigheid naar afschrikkende / irriterende / beangstigende / frustrerende fenomenen (...) Graag verdere discussie! (Marc)
Om een fijne duit in het zakje te doen, stuur ik een PDF-document mee. Het artikel biedt vanuit een geheel ander perspectief (dan de perspectieven die ik tot nu in de Clinamen-kring gehanteerd zag worden) zicht op het fenomeen waarover ik jullie in mijn stukje aandacht vroeg. Benieuwd of jullie het kunnen lezen en benieuwd wat jullie er na lezing van vinden en helemaal of jullie met dit perspectief iets kunnen (en wat dat dan is). Graag verder onderzoekend dispuut en als het lukt, de scheppende dialoog.

"Confirmeer je je aan het systeem of versla je het systeem?" (Teun)
Hier heb ik vrijdag veel mee geworsteld, en nog steeds. Ik geloof dat ik aan geen van beide behoefte heb. Ik nodig iedereen uit te reageren op deze uitspraak via'reacties' / volgende bijeenkomst. (Marc)
De vraag van Teun – die ik daartoe de vrijheid nemend veralgemeniserend breder trek – is voor mij sinds lang een worsteling. Wegens het niet hebben van een antwoord ben ik bijvoorbeeld opgestapt bij de Baak. Een citaat uit het het verhaal ‘Un Huomo’ biedt mij houvast en troost in deze worsteling:
“Een individualist met fantasie en zelfrespect kan niet tot een partij behoren. Om de eenvoudige reden dat een partij een partij is, dat wil zeggen een organisatie, een kliek, een mafia, in het beste geval een secte die haar volgelingen niet toestaat de eigen persoonlijkheid, de eigen creativiteit uit te drukken. Integendeel, zij vernietigt die in hem of buigt die op z’n minst. Een partij heeft enkelingen met persoonlijkheid, creativiteit, fantasie zelfrespect niet nodig; zij heeft bureaucraten, functionarissen, knechten nodig. Een partij functioneert als een bedrijf, een industrie waarvan de hoofddirecteur (de partijleider) en het hoofdbestuur (het partijbestuur) een onbereikbare en ondeelbare macht in handen houden. Om die in handen te houden nemen zij alleen gehoorzame managers aan, dienstvaardige employés, yes-men, dat wil zeggen mensen die geen mensen meer zijn, automaten die altijd ja zeggen. In een bedrijf, in een industrie, weten de hoofddirecteur en het hoofdbestuur niet wat zij beginnen moeten met de mannen en vrouwen die nee zeggen, en dit om een reden die zelfs hun arrogantie te boven gaat: door te denken en te handelen vormen de mannen en vrouwen die nee zeggen een element van dwarsliggerij en van sabotage, zij strooien zand in het radarwerk van de machine, worden stenen die in de mand de eieren breken. Kortom, de structuur van een partij en van een bedrijf is die van een leger waarin de soldaat gehoorzaamt aan de korporaal die op zijn beurt gehoorzaam is aan de sergeant die op zijn beurt gehoorzaamt aan de kapitein die op zijn beurt gehoorzaamt aan de kolonel die op zijn beurt gehoorzaamt aan de generaal die op zijn beurt gehoorzaamt aan de Generale Staf die op zijn beurt gehoorzaamt aan de minister van Defentie: pastoors, monseigneurs, bisschoppen, aartsbisschopen, Curie, paus. Wee degene die de illusie heeft een persoonlijke-bijdrage-met-discussie-en-uitwisseling-van-gedachten te geven: hij eindigt ermee uitgestoten of gedegradeerd te worden, zoals dat gebeuren moet met iemand die niet in staat is te begrijpen of doet alsof hij niet begrijpt dat het in een partij, een bedrijf alleen toegestaan is te discussiëren over bevelen die al gegeven zijn, keuzes die al gedaan zijn. Mits, dat staat stilzwijgend vast, de discussie niet afwijkt van twee heilige principes: gehoorzaamheid en trouw. Natuurlijk neemt dat alles verschillende nuances aan al na gelang de partij. Het is duidelijk dat een partij met een vastomlijnde ideologie, een uitgekristalliseerde theorie de meest meedogenloze is in het eisen van gehoorzaamheid en trouw, in het het onderdrukken van de creatieve bijdrage van het individu: hoe strenger een kerk is hoe meer zij de protesterenden weigert en de ketters tot de brandstapel veroordeelt. Paradoxaal genoeg hebben echter de misbruiken en laagheden die een dergelijke kerk begaat jegens haar volgelingen een zin, een rechtvaardiging: de kracht van haar geloof, de tenminste ogenschijnlijke nobelheid van haar programma’s en doelstellingen. Ik-verpletter-je-want-ik-wil- op-aarde-het-Rijk-der-hemelen-scheppen, en-omdat-ik-het-wil-scheppen-dankzij-het-dogma-van-het-historisch-materialisme. Een partij daarentegen die geen theorie heeft en evenmin een ideologisch model, een partij die niet weet wat hij wil en evenmin hoe hij het wil, kan ter verontschuldiging niet eens ideële motieven aanvoeren. Dientengevolge worden zijn misbruiken en zijn laagheden en eisen van gehoorzaamheid, van trouw, ingegeven door persoonlijke eerzucht, privé-ambities. Klieken binnen die kliek, mafia’s binnen de mafia, kerken binnen de kerk, en met de bezwarende omstandigheid van een ziekte die in de partijen zonder doctrine besmettelijk is als de pest: de omkoopbaarheid en de corruptie van de yes-men. Met andere woorden, terwijl de doctrinaire partij met zijn principes verplettert wie protesteert of wie ongehoorzaam is, werpt de partij die niet weet wat hij wil en evenmin hoe hij het wil, als een vreemd lichaam diegene uit die zich niet aanpast aan het gebrek aan principes, dat wil zeggen aan zijn leugens, aan zijn huichelachtigheid, aan zijn clientèle.”
(uit: Een man, Oriana Fallaci; blz 426, 427 / 7e druk)
   
Wat ik in mijn eigen, veel minder bloemrijke taal uithaal is dit: of ik verkoop me aan de partijen (lees: ik confirmeer me aan het systeem), of ik vecht tegen windmolens in mijn ijdele poging het systeem te verslaan. Wat mijn opdracht is ligt op het smalle pad tussen beide. Het is als manouvreren tussen scylla en charybdis.

Met warme groet!

Bart

Geen opmerkingen:

Een reactie posten