Op een foto van Maurice Boyer in NRC*Next van vrijdag 12 maart jongstleden zie ik de kop van de boor, die de Noord-Zuidmetrolijn moet gaan boren. Het is een enorm ding, zeker zo’n 5 a 6 meter in doorsnee. De kop lijkt een beetje op een zes-spaaks wiel. Op elke spaak zie ik een soort blokken zitten, waarvan ik vermoed dat het de beitels zijn die straks de grond weg gaan klauwen wanneer het wiel – de boorkop – langzaam ronddraait. Die koppen zijn alle rood geverfd net als de buitenste rand van het wiel, dat verder menie-wit van kleur is. Wat ik zie is in mijn perceptie een en al wetenschap en wiskunde, menselijk vernuft dat in deze technische hoogstand tot uitdrukking komt.
Minder technisch zijn de bordjes die op de boorkop geplaatst zijn. Er staan woorden op als ‘sAturn’, ‘dura vermeer’, ‘zublin’, ‘noord|zuidlijn’ en nog een bord met een onleesbaar woord, alle begeleid door een symbool dat het beeldmerk zal zijn van de bedrijven die horen bij de woorden. Net onder de as, bijna in het midden van de onderste helft van de boorkop valt een groot rood vlak op met daarop het woord ‘Noortje’. (Een beetje onder dit rode vlak weggevallen, is een bijna net zo grote vlag te zien, met daarop een lichtblauw blok en de letters N in datzelfde lichtblauw en een rode Z.)
In een enorme, bunker-achtige betonnen ruimte staan een paar mannen voor de boorkop. Drie van hen staan links voor de installatie opgesteld. Twee van hen dragen fluoriserend oranje hesjes en een van hen een fluoriserend groen hesje. Tegenover hen, ter rechter zijde voor de boorkop staat een man alleen. Hij draagt een hes in de oranje versie. Alle vier mannen dragen een bouwhelm. Hun houding heeft iets formeels: hun voeten iets van elkaar, hun armen gestrekt naast hun lichaam. Op de foto is voor mij niet uit te maken waar zij naar kijken. Alles tezamen levert mij een beeld op dat vergelijkbaar is met militairen die – zij het slordig – in de houding staan.
Tegen het midden van de denkbeeldige cirkel die de vier mannen vormen aan, staat een persoon, waarvan ik op de rug gezien niet kan opmaken of het een man of een vrouw is. Deze persoon draagt ook een bouwhelm. Onder de helm zie ik een kapsel van grijze haren, met een lengte tot over de kraag van de kleding. Maar anders dan een felgekleurd veiligheid-hes draagt deze figuur een grijs gewaad dat lijkt op een lange poncho; het valt de figuur tot halverwege de kuiten. Opvallend is een driehoek van waarschijnlijk een breed lint, dat op de schouders van de figuur te zien is. Het leiblauw van het lint is ondergrond van een v-vormig wit-rood motief dat lijkt op bebladerde takken van een plant. De figuur heeft met de rechterhand een voorwerp beet dat lijkt op een 40 centimeter lange steel met aan het uiteinde daarvan een donker voorwerp dat ik het best kan omschrijven als de borstel van een wc-borstel: het heeft die vorm en omvang. De bewegingsonscherpte suggereert dat de figuur zwaait met dit voorwerp, en er lijkt rook uit het voorwerp te komen.
Het bijschrift van de foto luidt:”Amsterdam. Deken Ambro Bakker zegent de boor ‘Noortje’ onder de binnenstad van Amsterdam. Volgende week begint aannemer Saturn met het boren voor de Noord-Zuidmetrolijn. Zonder dit ritueel boren de Duitse tunnelexperts geen centimeter.”
dinsdag 16 maart 2010
donderdag 4 maart 2010
Grounded theory
Na de meer complexe bespiegelingen zou je bijna vergeten dat we ook concrete onderzoeksmethoden besproken hebben op de laatste Clinamengroep. Joost heeft een mooie presentatie gegeven over Grounded Theory en zijn bijzondere meta-toepassing ervan op de literatuur naar het sociale vermogen van organisaties.
Voor meer informatie over Grounded Theory heeft Joost twee documenten beschikbaar:
- The creation of theory (Pandin 1996)
- Grounded Theory - some reflections (Goudling 1999)
het artikel van Pandit heeft een duidelijk stapsgewijze aanpak. Het artikel van Goulding is erg sterk, omdat het de Grounded Theory van meerdere kanten belicht.
Voor meer informatie over Grounded Theory heeft Joost twee documenten beschikbaar:
- The creation of theory (Pandin 1996)
- Grounded Theory - some reflections (Goudling 1999)
het artikel van Pandit heeft een duidelijk stapsgewijze aanpak. Het artikel van Goulding is erg sterk, omdat het de Grounded Theory van meerdere kanten belicht.
Reactie n.a.v. Clinamen februari 2010
Ha mensen,
Dank Arnold, voor het toesturen van het mooie boekje met lieve herinneringen. Vind het bijzonder dat je ons zo meeneemt in jouw proces van gedachten en gevoelens.
De quotes en bespiegelingen die Marc toestuurde, leidden mij tot een aantal notities.
zin-tuig (wat zou daar de oorsprong van zijn?) Ik werk veel met het model met de lagen willen – voelen – denken. Vanuit onze willen-laag (waar ik ook ons onbewuste / onbewust weten plaats) komen impulsen in onze gevoels-laag. Die gevoels-laag heeft als instrumenten de 12 zintuigen (waarvan 6 de meeste mensen wel bekend zijn). Via de gevoels-laag komen deze impulsen naar onze denk-laag, ons bewuste, waar de impulsen als (gevoels-)impulsen (ook wel: waar-nemingen genoemd) geïnterpreteerd kunnen worden (tot beelden, woorden, gedachten, ideëen). Wat wij ‘kennis’ noemen zijn interpretaties en constructies van onze waarnemingen. Dit model (deels door mijzelf geconstrueerd) levert mijzelf een bruikbaar ‘ding’ op waarmee ikzelf kan begrijpen wat er in mijzelf en vanuit de buitenwereld op mij inwerkend, gebeurt. Mijn gevoels-laag en de daaraan verbonden sensoren beschouw ik als de ‘carriers’, voertuigen, van impulsen naar mijn denk-laag opdat ik kan interpreteren, betekenis kan geven, of, en dan ben ik rond, zin aan wat tot mij komt en de dingen om mij heen.
"Innovatie is een ontdekking of uitvinding die toegepast wordt en dan leidt tot een paradigmashift" (Teun) Die opmerking noteerde ik ook, maar net anders. Ik noteerde dat een uitvinding pas een innovatie is, eerst nadat een uitvinding een praktische toepassing heeft gevonden.
"In de zorg vragen we aan het begin: wilt u dat ik u help? Daarna wordt de vraag niet meer gesteld, ook niet als nieuwe ontwikkelingen daar eigenlijk weer om vragen" (Marcel)
Later bleek deze dynamiek ook herkenbaar bij adviesprocessen. En soms wordt die vraag ook niet aan “het begin” gesteld, maar wordt hulp geboden zonder dat er dan of ooit om gevraagd wordt. Jeugdhulp is hier een ‘mooi’ voorbeeld. Menig activiteit van NGO’s in het buitenland is daar een internationaal voorbeeld van.
Ik miste vrijdag de twijfel en nieuwsgierigheid naar afschrikkende / irriterende / beangstigende / frustrerende fenomenen (...) Graag verdere discussie! (Marc)
Om een fijne duit in het zakje te doen, stuur ik een PDF-document mee. Het artikel biedt vanuit een geheel ander perspectief (dan de perspectieven die ik tot nu in de Clinamen-kring gehanteerd zag worden) zicht op het fenomeen waarover ik jullie in mijn stukje aandacht vroeg. Benieuwd of jullie het kunnen lezen en benieuwd wat jullie er na lezing van vinden en helemaal of jullie met dit perspectief iets kunnen (en wat dat dan is). Graag verder onderzoekend dispuut en als het lukt, de scheppende dialoog.
"Confirmeer je je aan het systeem of versla je het systeem?" (Teun)
Hier heb ik vrijdag veel mee geworsteld, en nog steeds. Ik geloof dat ik aan geen van beide behoefte heb. Ik nodig iedereen uit te reageren op deze uitspraak via'reacties' / volgende bijeenkomst. (Marc)
De vraag van Teun – die ik daartoe de vrijheid nemend veralgemeniserend breder trek – is voor mij sinds lang een worsteling. Wegens het niet hebben van een antwoord ben ik bijvoorbeeld opgestapt bij de Baak. Een citaat uit het het verhaal ‘Un Huomo’ biedt mij houvast en troost in deze worsteling:
“Een individualist met fantasie en zelfrespect kan niet tot een partij behoren. Om de eenvoudige reden dat een partij een partij is, dat wil zeggen een organisatie, een kliek, een mafia, in het beste geval een secte die haar volgelingen niet toestaat de eigen persoonlijkheid, de eigen creativiteit uit te drukken. Integendeel, zij vernietigt die in hem of buigt die op z’n minst. Een partij heeft enkelingen met persoonlijkheid, creativiteit, fantasie zelfrespect niet nodig; zij heeft bureaucraten, functionarissen, knechten nodig. Een partij functioneert als een bedrijf, een industrie waarvan de hoofddirecteur (de partijleider) en het hoofdbestuur (het partijbestuur) een onbereikbare en ondeelbare macht in handen houden. Om die in handen te houden nemen zij alleen gehoorzame managers aan, dienstvaardige employés, yes-men, dat wil zeggen mensen die geen mensen meer zijn, automaten die altijd ja zeggen. In een bedrijf, in een industrie, weten de hoofddirecteur en het hoofdbestuur niet wat zij beginnen moeten met de mannen en vrouwen die nee zeggen, en dit om een reden die zelfs hun arrogantie te boven gaat: door te denken en te handelen vormen de mannen en vrouwen die nee zeggen een element van dwarsliggerij en van sabotage, zij strooien zand in het radarwerk van de machine, worden stenen die in de mand de eieren breken. Kortom, de structuur van een partij en van een bedrijf is die van een leger waarin de soldaat gehoorzaamt aan de korporaal die op zijn beurt gehoorzaam is aan de sergeant die op zijn beurt gehoorzaamt aan de kapitein die op zijn beurt gehoorzaamt aan de kolonel die op zijn beurt gehoorzaamt aan de generaal die op zijn beurt gehoorzaamt aan de Generale Staf die op zijn beurt gehoorzaamt aan de minister van Defentie: pastoors, monseigneurs, bisschoppen, aartsbisschopen, Curie, paus. Wee degene die de illusie heeft een persoonlijke-bijdrage-met-discussie-en-uitwisseling-van-gedachten te geven: hij eindigt ermee uitgestoten of gedegradeerd te worden, zoals dat gebeuren moet met iemand die niet in staat is te begrijpen of doet alsof hij niet begrijpt dat het in een partij, een bedrijf alleen toegestaan is te discussiëren over bevelen die al gegeven zijn, keuzes die al gedaan zijn. Mits, dat staat stilzwijgend vast, de discussie niet afwijkt van twee heilige principes: gehoorzaamheid en trouw. Natuurlijk neemt dat alles verschillende nuances aan al na gelang de partij. Het is duidelijk dat een partij met een vastomlijnde ideologie, een uitgekristalliseerde theorie de meest meedogenloze is in het eisen van gehoorzaamheid en trouw, in het het onderdrukken van de creatieve bijdrage van het individu: hoe strenger een kerk is hoe meer zij de protesterenden weigert en de ketters tot de brandstapel veroordeelt. Paradoxaal genoeg hebben echter de misbruiken en laagheden die een dergelijke kerk begaat jegens haar volgelingen een zin, een rechtvaardiging: de kracht van haar geloof, de tenminste ogenschijnlijke nobelheid van haar programma’s en doelstellingen. Ik-verpletter-je-want-ik-wil- op-aarde-het-Rijk-der-hemelen-scheppen, en-omdat-ik-het-wil-scheppen-dankzij-het-dogma-van-het-historisch-materialisme. Een partij daarentegen die geen theorie heeft en evenmin een ideologisch model, een partij die niet weet wat hij wil en evenmin hoe hij het wil, kan ter verontschuldiging niet eens ideële motieven aanvoeren. Dientengevolge worden zijn misbruiken en zijn laagheden en eisen van gehoorzaamheid, van trouw, ingegeven door persoonlijke eerzucht, privé-ambities. Klieken binnen die kliek, mafia’s binnen de mafia, kerken binnen de kerk, en met de bezwarende omstandigheid van een ziekte die in de partijen zonder doctrine besmettelijk is als de pest: de omkoopbaarheid en de corruptie van de yes-men. Met andere woorden, terwijl de doctrinaire partij met zijn principes verplettert wie protesteert of wie ongehoorzaam is, werpt de partij die niet weet wat hij wil en evenmin hoe hij het wil, als een vreemd lichaam diegene uit die zich niet aanpast aan het gebrek aan principes, dat wil zeggen aan zijn leugens, aan zijn huichelachtigheid, aan zijn clientèle.”
(uit: Een man, Oriana Fallaci; blz 426, 427 / 7e druk)
Wat ik in mijn eigen, veel minder bloemrijke taal uithaal is dit: of ik verkoop me aan de partijen (lees: ik confirmeer me aan het systeem), of ik vecht tegen windmolens in mijn ijdele poging het systeem te verslaan. Wat mijn opdracht is ligt op het smalle pad tussen beide. Het is als manouvreren tussen scylla en charybdis.
Met warme groet!
Bart
Dank Arnold, voor het toesturen van het mooie boekje met lieve herinneringen. Vind het bijzonder dat je ons zo meeneemt in jouw proces van gedachten en gevoelens.
De quotes en bespiegelingen die Marc toestuurde, leidden mij tot een aantal notities.
zin-tuig (wat zou daar de oorsprong van zijn?) Ik werk veel met het model met de lagen willen – voelen – denken. Vanuit onze willen-laag (waar ik ook ons onbewuste / onbewust weten plaats) komen impulsen in onze gevoels-laag. Die gevoels-laag heeft als instrumenten de 12 zintuigen (waarvan 6 de meeste mensen wel bekend zijn). Via de gevoels-laag komen deze impulsen naar onze denk-laag, ons bewuste, waar de impulsen als (gevoels-)impulsen (ook wel: waar-nemingen genoemd) geïnterpreteerd kunnen worden (tot beelden, woorden, gedachten, ideëen). Wat wij ‘kennis’ noemen zijn interpretaties en constructies van onze waarnemingen. Dit model (deels door mijzelf geconstrueerd) levert mijzelf een bruikbaar ‘ding’ op waarmee ikzelf kan begrijpen wat er in mijzelf en vanuit de buitenwereld op mij inwerkend, gebeurt. Mijn gevoels-laag en de daaraan verbonden sensoren beschouw ik als de ‘carriers’, voertuigen, van impulsen naar mijn denk-laag opdat ik kan interpreteren, betekenis kan geven, of, en dan ben ik rond, zin aan wat tot mij komt en de dingen om mij heen.
"Innovatie is een ontdekking of uitvinding die toegepast wordt en dan leidt tot een paradigmashift" (Teun) Die opmerking noteerde ik ook, maar net anders. Ik noteerde dat een uitvinding pas een innovatie is, eerst nadat een uitvinding een praktische toepassing heeft gevonden.
"In de zorg vragen we aan het begin: wilt u dat ik u help? Daarna wordt de vraag niet meer gesteld, ook niet als nieuwe ontwikkelingen daar eigenlijk weer om vragen" (Marcel)
Later bleek deze dynamiek ook herkenbaar bij adviesprocessen. En soms wordt die vraag ook niet aan “het begin” gesteld, maar wordt hulp geboden zonder dat er dan of ooit om gevraagd wordt. Jeugdhulp is hier een ‘mooi’ voorbeeld. Menig activiteit van NGO’s in het buitenland is daar een internationaal voorbeeld van.
Ik miste vrijdag de twijfel en nieuwsgierigheid naar afschrikkende / irriterende / beangstigende / frustrerende fenomenen (...) Graag verdere discussie! (Marc)
Om een fijne duit in het zakje te doen, stuur ik een PDF-document mee. Het artikel biedt vanuit een geheel ander perspectief (dan de perspectieven die ik tot nu in de Clinamen-kring gehanteerd zag worden) zicht op het fenomeen waarover ik jullie in mijn stukje aandacht vroeg. Benieuwd of jullie het kunnen lezen en benieuwd wat jullie er na lezing van vinden en helemaal of jullie met dit perspectief iets kunnen (en wat dat dan is). Graag verder onderzoekend dispuut en als het lukt, de scheppende dialoog.
"Confirmeer je je aan het systeem of versla je het systeem?" (Teun)
Hier heb ik vrijdag veel mee geworsteld, en nog steeds. Ik geloof dat ik aan geen van beide behoefte heb. Ik nodig iedereen uit te reageren op deze uitspraak via'reacties' / volgende bijeenkomst. (Marc)
De vraag van Teun – die ik daartoe de vrijheid nemend veralgemeniserend breder trek – is voor mij sinds lang een worsteling. Wegens het niet hebben van een antwoord ben ik bijvoorbeeld opgestapt bij de Baak. Een citaat uit het het verhaal ‘Un Huomo’ biedt mij houvast en troost in deze worsteling:
“Een individualist met fantasie en zelfrespect kan niet tot een partij behoren. Om de eenvoudige reden dat een partij een partij is, dat wil zeggen een organisatie, een kliek, een mafia, in het beste geval een secte die haar volgelingen niet toestaat de eigen persoonlijkheid, de eigen creativiteit uit te drukken. Integendeel, zij vernietigt die in hem of buigt die op z’n minst. Een partij heeft enkelingen met persoonlijkheid, creativiteit, fantasie zelfrespect niet nodig; zij heeft bureaucraten, functionarissen, knechten nodig. Een partij functioneert als een bedrijf, een industrie waarvan de hoofddirecteur (de partijleider) en het hoofdbestuur (het partijbestuur) een onbereikbare en ondeelbare macht in handen houden. Om die in handen te houden nemen zij alleen gehoorzame managers aan, dienstvaardige employés, yes-men, dat wil zeggen mensen die geen mensen meer zijn, automaten die altijd ja zeggen. In een bedrijf, in een industrie, weten de hoofddirecteur en het hoofdbestuur niet wat zij beginnen moeten met de mannen en vrouwen die nee zeggen, en dit om een reden die zelfs hun arrogantie te boven gaat: door te denken en te handelen vormen de mannen en vrouwen die nee zeggen een element van dwarsliggerij en van sabotage, zij strooien zand in het radarwerk van de machine, worden stenen die in de mand de eieren breken. Kortom, de structuur van een partij en van een bedrijf is die van een leger waarin de soldaat gehoorzaamt aan de korporaal die op zijn beurt gehoorzaam is aan de sergeant die op zijn beurt gehoorzaamt aan de kapitein die op zijn beurt gehoorzaamt aan de kolonel die op zijn beurt gehoorzaamt aan de generaal die op zijn beurt gehoorzaamt aan de Generale Staf die op zijn beurt gehoorzaamt aan de minister van Defentie: pastoors, monseigneurs, bisschoppen, aartsbisschopen, Curie, paus. Wee degene die de illusie heeft een persoonlijke-bijdrage-met-discussie-en-uitwisseling-van-gedachten te geven: hij eindigt ermee uitgestoten of gedegradeerd te worden, zoals dat gebeuren moet met iemand die niet in staat is te begrijpen of doet alsof hij niet begrijpt dat het in een partij, een bedrijf alleen toegestaan is te discussiëren over bevelen die al gegeven zijn, keuzes die al gedaan zijn. Mits, dat staat stilzwijgend vast, de discussie niet afwijkt van twee heilige principes: gehoorzaamheid en trouw. Natuurlijk neemt dat alles verschillende nuances aan al na gelang de partij. Het is duidelijk dat een partij met een vastomlijnde ideologie, een uitgekristalliseerde theorie de meest meedogenloze is in het eisen van gehoorzaamheid en trouw, in het het onderdrukken van de creatieve bijdrage van het individu: hoe strenger een kerk is hoe meer zij de protesterenden weigert en de ketters tot de brandstapel veroordeelt. Paradoxaal genoeg hebben echter de misbruiken en laagheden die een dergelijke kerk begaat jegens haar volgelingen een zin, een rechtvaardiging: de kracht van haar geloof, de tenminste ogenschijnlijke nobelheid van haar programma’s en doelstellingen. Ik-verpletter-je-want-ik-wil- op-aarde-het-Rijk-der-hemelen-scheppen, en-omdat-ik-het-wil-scheppen-dankzij-het-dogma-van-het-historisch-materialisme. Een partij daarentegen die geen theorie heeft en evenmin een ideologisch model, een partij die niet weet wat hij wil en evenmin hoe hij het wil, kan ter verontschuldiging niet eens ideële motieven aanvoeren. Dientengevolge worden zijn misbruiken en zijn laagheden en eisen van gehoorzaamheid, van trouw, ingegeven door persoonlijke eerzucht, privé-ambities. Klieken binnen die kliek, mafia’s binnen de mafia, kerken binnen de kerk, en met de bezwarende omstandigheid van een ziekte die in de partijen zonder doctrine besmettelijk is als de pest: de omkoopbaarheid en de corruptie van de yes-men. Met andere woorden, terwijl de doctrinaire partij met zijn principes verplettert wie protesteert of wie ongehoorzaam is, werpt de partij die niet weet wat hij wil en evenmin hoe hij het wil, als een vreemd lichaam diegene uit die zich niet aanpast aan het gebrek aan principes, dat wil zeggen aan zijn leugens, aan zijn huichelachtigheid, aan zijn clientèle.”
(uit: Een man, Oriana Fallaci; blz 426, 427 / 7e druk)
Wat ik in mijn eigen, veel minder bloemrijke taal uithaal is dit: of ik verkoop me aan de partijen (lees: ik confirmeer me aan het systeem), of ik vecht tegen windmolens in mijn ijdele poging het systeem te verslaan. Wat mijn opdracht is ligt op het smalle pad tussen beide. Het is als manouvreren tussen scylla en charybdis.
Met warme groet!
Bart
zondag 21 februari 2010
Inspirerende uitspraken Clinamen vrijdag 19 februari 2010
"Straks is in een keer hier en nu geworden" (Arnold)zin-tuig (wat zou daar de oorsprong van zijn?)
"Waar zijn de spannende hypotheses in proefschriften?" (Teun - tijdschrift)
"Innovatie is een ontdekking of uitvinding die toegepast wordt en dan leidt tot een paradigmashift" (Teun)Voorbeeld: klapschaats is al in 1898 uitgevonden in Duitsland, maar is nu pas toegepast (door nieuwe materialen) en heeft nu tot een paradigmashift geleid doordat het een andere fysieke inspanning vereist.
"Het wordt te groot" (Marcel)
"vertrouwen is een kernbegrip" (Arnold)
"Doorstap naar een andere wereld en het vertrouwen dat het goed komt" (Arnold)Dit is eigenlijk ook een mooie omschrijving van het proces van innovatie! (Teun)
"In de zorg vragen we aan het begin: wilt u dat ik u help? Daarna wordt de vraag niet meer gesteld, ook niet als nieuwe ontwikkelingen daar eigenlijk weer om vragen" (Marcel)Later bleek deze dynamiek ook herkenbaar bij adviesprocessen.
Twitter (e.d.) verandert wezenlijk onze manier van communiceren. Beangstigend / prachtig.
"Wetenschap laat geen vertrouwen zien" (Teun)
"Breng je historie in in je proefschrift. Je moet je historie niet negeren." (Teun)
"Authentiek" (Arnold)
"Als beginnend wetenschapper moet je eerst werken aan je academisch zelfvertrouwen (door te publiceren)" (Joost)
"Echte wetenschap is twijfel + nieuwsgierigheid" (Teun)Ik miste vrijdag de twijfel en nieuwsgierigheid naar afschrikkende / irriterende / beangstigende / frustrerende fenomenen, zoals het naar je gevoel onterecht afwijzen van een artikel of het waarnemen van politieke beslissingen of het waarnemen van beangstigende technologische ontwikkelingen zoals Twitter. We worstelen met het toepassen van onze eigen overtuigingen. Teun wees op de risico's als je dat wel consequent zou doen. Ik neem de waarschuwing ter harte, maar blijf ervan overtuigd dat hier een kernvraagstuk ligt of we ons (verder) boven onszelf uit weten te tillen als Clinamen groep. Graag verdere discussie! (Marc)
N.a.v. discussies over (lijdensweg) publicaties in wetenschappelijke tijdschriften:
"Confirmeer je je aan het systeem of versla je het systeem?" (Teun)Hier heb ik vrijdag veel mee geworsteld, en nog steeds. Ik geloof dat ik aan geen van beide behoefte heb. Ik nodig iedereen uit te reageren op deze uitspraak via'reacties' / volgende bijeenkomst. (Marc)
Abonneren op:
Reacties (Atom)